INNAME EN TOXICITEIT VAN ENZYMPREPATRATEN

 

Op de diverse andere websites kunt u informatie vinden over de inname en de toxiciteit

van enzympreparaten. Daarin wordt de opvatting neergelegd dat de enzymtherapie

waardeloos is omdat enzymen in het maag-darmkanaal worden verteerd en dus niet

werkzaam kunnen zijn.

Verder dat de afwezigheid van anafylactische shock bij het gebruik van enzymen wordt uitgelegd

als het ontbreken van eiwitten of proteďnen.

(Een anafylactische shock is een allergische reactie met sterke vaatverwijding waarbij

roodheid en jeuk over het hele lichaam optreedt.)

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De inname.

De opvatting dat bij het innemen van enzympreparaten deze in het maag-darmkanaal

worden afgebroken is in zoverre juist wanneer men de druppels gelijk met de maaltijden inneemt.

Vitaminen en mineralen worden meestal vlak voor of tijdens de maaltijden ingenomen.

De inname van enzympreparaten (druppels) dient op een andere manier te gebeuren.

 

Hoe wordt de inname vermeld in de bijsluiter van de fabrikant?

“De werkzaamheid van de orale enzympreparaten berust o.a. op de opname door de

slijmvliezen van de mond. De effectiviteit staat of valt met een correcte manier van innemen.”

Klik hier voor meer gegevens over het innemen van orale enzympreparaten.

 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Resorptie van enzymen en toxiciteit.

Toen de enzympreparaten nog injectiepreparaten waren zij er proeven genomen waaruit

bleek dat er geen anafylactische shock optrad. Het resultaat werd uitgelegd uit het feit dat

er dan geen enzymen in de preparaten zouden zitten. Dus er kon ook geen shock optreden!

 

Aan leken is het niet gemakkelijk uit te leggen waarom volgens de fabrikant destijds bij

het (parenteraal) injecteren geen anafylactische shock optrad. Het is een vrij complexe materie.

Toch citeren wij uit het (niet meer verkrijgbare) Compendium Enzymologicum (1975) waarin

door biochemicus G.H. van Leeuwen het volgende is neergeschreven.

 

Citaat.

“De grote complexen: proteďne + apo-enzym + co-enzym, kunnen in het circulatiesysteem,

wanneer de afmetingen liggen boven de poriediameter der capillairwanden (± 300 A), door

blokkering histamine-uitstorting provoceren, waardoor allergische of anafylactische reacties

kunnen optreden.

Daar de drager-proteďnen zowel individu- als orgaan- en celspecifiek zijn, zijn immunologische

afweerreacties bij injecties te verwachten.

Hierbij moet echter opgemerkt worden dat proteďnen zoals insuline, gammaglobuline, zelfs

totaal bloed geen anafylactische reacties oproepen, mits bepaalde muccopolysachariden

afwezig zijn (Resusfactor).

Het criterium van anafylactische reactie ligt dus niet bij het proteďne (eiwit) als zodanig.

De omschreven gekoppelde polypeptiden + actieve groepen (de holo-enzymen) zijn ubiquitair

en kunnen capillair poriën passeren. (Ubiquitair betekent: iets wat overal voorkomt.)

Anafylactische reacties komen bij injecties niet voor.

Door afsplitsing van deze complexen van het drager-proteďne of membraan, zodanig dat een

weder aanhechting aan drager-proteďnen of membranen mogelijk blijft en door tegelijkertijd

de actieve groepen te beschermen, zijn enzymatisch actieve preparaten verkregen die in vitro

actief zijn, afhankelijk van de beschikbare energie en in vivo tot volle activiteit kunnen komen

na intracellulaire opname en inbouw op vacante plaatsen.

De opname van per injectie toegediende enzymen in cellen verloopt volgens dezelfde wetten

als de opname van alle benodigde metabolieten zoals mineralen, sachariden, vitaminen,

aminozuren, peptiden etc.

Deze actieve selectieve absorptie wordt door de celkern beheerst, het reactieverloop is

onbekend”.  

 

En verder.

Citaat.

“Deze berust, zoals aangetoond, eensdeels op de fysiologische aangepastheid der verstrekte

enzymen zonder de drager-proteďnen.

Wanneer er namelijk in het organisme geen plaats vacant is in de cellen van parenteraal

toegediende moleculen, of wanneer er om wat voor reden dan ook een te langzame of geen

selectieve absorptie plaats vindt, worden de moleculen langs fysiologische weg afgebroken

en verdwijnen zonder bijwerking.

Een tweede factor is dat om de gewenste actieve substanties uit plantenorganen te isoleren,

alle neven- en tegenwerkende enzymatische en andere substanties verwijderd moeten worden

om specifiek actieve preparaten te krijgen.

Genoemde factoren verklaren de non-toxiciteit”.