|
Biochemie Vasolastica |
Werking
Vasolastica
activeert een viertal enzymen. Deze nemen in de afsplitsing en afbraak van
vetzuren, de bloedverdeling in het organisme en de regulering van de bloeddruk
onder fysiologische condities een centrale plaats in:
lipase
vetzuur-oxydase
aminoxydase
tyrosinase
Triacylglycerol-lipase
Reactie:
Triglyceride + H2O -> Digluceride + vrij vetzuur
Dit
enzym splitst vetzuur ook af van cholesterol en van de diglyceriden en
monoglyceriden, als ze intracellulair door het membraan gekomen zijn.
Acyl-CoA-dehydrogenase
Reactie:
2 acyl-CoA + acceptor -> 2.3. dehydroacyl-CoA + gereduceerde acceptor
Dit
enzym is een flavoproteine met cytochroom-C als acceptor (ijzerbevattend
enzym). Het speelt een cruciale rol bij het oxydatief afbreken van vetzuren in
de mitochondriën van de levercellen, en - langs een andere weg, zoals wij
straks zullen zien - ook voor het in stand houden van een juiste celbekleding
van de binnenste laag van de vaatwanden.
Aminoxydase
Reactie:
Monoamine + H2O + O2 -> Aldehyde + NH2 + H2O2
Dit
enzym is specifiek op catecholamine ingesteld. Het komt voor in de hartwanden
en in de hartspier, waar het de hormonen noradrenaline en adrenaline via
oxydatief desamineren inactiveert.
Het
enzym regelt daarmee de intensiteit en de tijdsduur van vaatcontracties en
daardoor de bloedverdeling in het organisme.
In
geval van chronisch gebrek aan zuurstof in de vaatwanden en hartspier worden
tegelijkertijd de catecholaminen noradrenaline en adrenaline door het
wegblijven van de oxydatieve ictivatie - in hogere mate gemethyleerd, wat tot
psychotische toestanden kan leiden.
Monofenol—monoxygenase
Reactie:
Tyrosine + dehydroxyfenylalanine + O2 -> dehydroxy- fenylalanine +
dioxyfenol +
H2O
Dit
enzym werkt in op een aantal monofenolen en proteïnen die fenolen bevatten.
Het inactiveert hogedruk-peptiden zoals vasopressine en angiotonine.
Het
enzym regelt de intensiteit en de duur van de bloeddrukverhoging onder
fysiologische condities.
De
samenhang van het metabolisme van de vaatwanden en de lever
In
de tussenstof van de vaatwanden vindt een voortdurende synthese plaats van
complex-moleculen.
Deze
bestaan uit cholesterol-vetzuur-fosfolipidecomplexen, die naar de oppervlakte
van de binnenste laag migreren en daar met de cholesterol-estergroepen in de
richting van de buisholte opgeslagen worden, waardoor een hydrofobe
celbekleding van de binnenste laag van de vaatwand in stand wordt gehouden.
Deze
ordening garandeert een wrijvingsloos doorstromen van de bloedsomloop.
De
bouwstenen van de fosfolipiden zijn hoofdzakelijk moleculen van actief acetaat
of
aceto-CoA.
Elk
nieuw gesynthetiseerd cholesterol-vetzuur-fosfolipide stoot een aan de
oppervlakte afgezet molecule uit.
Zodra
de hydrofiele eindgroep, het fosfolipide, in het bloed komt, wordt het complex
opgelost.
Deze
complexen worden voortdurend gedurende de doorstroming van de lever uit het
bloed
gehaald en in de mitochondriën van levercellen afgebroken.
Na
splitsing door lipase wordt het vrijgekomen cholesterol verbonden tot
taurocholzuur en glycerol-zuur en in de gal afgescheiden.
De
vetzuren worden oxydatief door katalase van het enzym acyl-CoA-dehydrogenase
afgebroken, waarbij voortdurend geactiveerd acetaat ontstaat (aceto-CoA).
Naar
behoefte worden aceto-CoAmoleculen uit het acetaat-reservoir van de lever via
de bloedvaten weer naar de tussenstof van vaten geleid en voor de synthese van
de fosfolipiden gebruikt.
De
wanden van de kleine arteriën, de aderen en de haarvaten krijgen de
fosfolipiden waarschijnlijk direct uit de bloedstroom.
Arteriosclerose
Bij
vermindering van de oxydatieve afbreking van vetzuren in de lever neemt ook de
productie van acetaat af en daarmee ook de synthese van fosfolipiden in het
algemeen en in de vaatwanden.
Daardoor
ontstaat een opeenhoping van cholesterol-vetzuur-esters in de vaatwanden (atheroma)
en een oververzadiging van het bloed met moeilijk oplosbare complexen, die uit
verscheidene moleculen cholesterol-esters bestaan, die gebonden zijn aan een
molecule fosfolipide (bijkomende binding), en daarnaast neutrale vetten.
Omdat
de lever functie achterblijft bij hetgeen aangeboden wordt, hopen deze
lipoiden zich ook in het bloed op.
Deze
substanties zetten zich ten dele in de wanden van de haarvaten af en
verhinderen de toevoer van zuurstof en metabolieten naar het weefsel, ook in
de bloedvaten.
De
vaatwanden verharden en de haarvaten worden broos en licht breekbaar.
De
functies van de organen gaan achteruit.
De
zuurstofvoorziening van de vaatwanden wordt minder; dientengevolge houdt ook
de oxydatieve inactivering van noradrenaline, adrenaline, vasopressine en
angiotonine op, waardoor de bloedverdeling en bloeddruk verkeerd geleid
worden; de werkingsduur van deze hormonen wordt niet-fysiologisch verlengd.
Het
minuutvolume van de bloedsomloop wordt minder, de bloeddruk stijgt.
Bovendien
wordende catecholaminen noradrenaline en adrenaline gemethyleerd in plaats van
geoxydeerd met het risico van het ontstaan van psychotische toestanden, waarop
ik u reeds boven wees.
De
ziekten arteriosclerose en atherosclerose kunnen dus als een gevolg beschouwd
worden van een trapsgewijze teruggang van de intracellulaire synthese van de
genoemde enzymen. Dit kan, zoals bekend, door het ouder worden veroorzaakt
zijn, waarbij de totale enzymsynthese achteruitgaat.
Ook
psychische of lichamelijke overinspanning, evenals membraanafsluiting van de
alveolen van de longen door vervuiling van de atmosfeer, kunnen de oorzaak
zijn van een chronisch zuurstofgebrek, dat tot de afname van de synthetische
processen leidt.
Ten
slotte is zuurstofgebrek de oorzaak van de ziekte.